Een gedupeerde ouder vraagt aanvullende compensatie voor de werkelijke schade aan bij de Dienst Toeslagen. De Dienst Toeslagen moet hierop binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Omdat een besluit uitblijft, stelt de ouder beroep in.

Aanvullende compensatie

De rechtbank verklaart het beroep van de ouder gegrond en draagt de Dienst Toeslagen op binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom van € 50 per dag (maximaal € 15.000). De Dienst Toeslagen stelt hoger beroep in. Zij bepleit een langere beslistermijn van 60 weken, gezien de gemiddelde doorlooptijd van 827 dagen in 2025. Ook stelt de Dienst Toeslagen dat de dwangsom lager moet zijn, of dat de termijn niet loopt als een ouder een alternatief hersteltraject volgt. Het incidenteel hoger beroep van de ouder, die een kortere termijn en hogere dwangsom wil, wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat er inmiddels een besluit is genomen.

Vastgelopen besluitvorming

De Raad van State constateert dat de besluitvorming over aanvullende compensatie ernstig is vastgelopen. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt 827 dagen (ruim 118 weken). Het instellen van beroep tegen het niet-tijdig besluiten werkt niet meer als prikkel. De zeer substantiële dwangsommen, die in totaal ruim € 4 miljoen bedragen en nog ruim € 10 miljoen aan openstaande beroepen, leiden niet tot snellere besluitvorming. De Dienst Toeslagen prioriteert hierop niet meer. Dit ondermijnt de geloofwaardigheid van de rechtsstaat. Als het huidige tempo aanhoudt, duurt het nog ongeveer achttien jaar voordat alle aanvragen zijn afgehandeld. Bovendien leidt de focus op beroepen tegen niet-tijdig besluiten tot verdere vertraging, omdat capaciteit niet aan inhoudelijke afhandeling kan worden besteed. De alternatieve hersteltrajecten die de Dienst Toeslagen inzet, zoals SGH en MijnHerstel, staan op gespannen voet met de wet. Ze wijken af van de wettelijke vereisten voor individuele beschikkingen en schadeberekening, en sturen ouders dwingend naar civiele routes met forfaitaire bedragen. Dit vereist een wetswijziging en biedt onvoldoende rechtszekerheid.

Ineffectieve dwangsommen

Gezien de vastgelopen besluitvorming en de ineffectiviteit van dwangsommen, ziet de Raad van State geen mogelijkheid om een realistische nadere beslistermijn vast te stellen. Daarom valt de Raad van State terug op de wettelijke termijn van twee weken na verzending van de uitspraak. De dwangsom wordt voor het komende jaar op nihil gesteld, omdat deze contraproductief werkt en capaciteit wegneemt voor inhoudelijke besluitvorming. Dit oordeel is tijdelijk. Na 3 juni 2027 kan opnieuw worden bekeken of een dwangsom effectief kan zijn. Het hoger beroep van de Dienst Toeslagen is gegrond. De uitspraak van de rechtbank over de dwangsom wordt vernietigd.

Bron:Raad van State | jurisprudentie | ECLI:NL:RVS:2026:3192 | 02-06-2026