Een ondernemer krijgt te maken met naheffingsaanslagen loonheffingen inclusief belastingrente over 2019 en 2020. Het boekenonderzoek, dat hieraan voorafging, startte later dan gepland door coronamaatregelen. De ondernemer is van mening dat over de periode van uitstel geen belastingrente in rekening mag worden gebracht.
Uitstel boekenonderzoek
De inspecteur kondigt op 2 maart 2020 een boekenonderzoek aan naar de aangiften loonheffingen over de jaren 2019 en 2020. De startdatum is gepland op 25 maart 2020. Vanwege de ingestelde coronamaatregelen stelt de inspecteur voor de afspraak te annuleren en opnieuw in te plannen zodra de situatie dit toelaat. Na diverse pogingen om een nieuwe afspraak te maken, waarbij ook de ondernemer uitstel vraagt en de inspecteur een afspraak annuleert door aangescherpte maatregelen, start het boekenonderzoek uiteindelijk pas twee jaar later, op 26 april 2022.
Geen belastingrente
De ondernemer stelt dat over de periode van vertraging in de start van het boekenonderzoek geen belastingrente in rekening mag worden gebracht. De naheffingsaanslag is hierdoor veel later opgelegd, wat niet aan de ondernemer te wijten is.
Aangiftebelasting
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Loonheffing is een aangiftebelasting. Dit betekent dat de ondernemer als inhoudingsplichtige verantwoordelijk is voor het tijdig betalen van het juiste bedrag aan verschuldigde belasting. Omdat niet naar de juiste bedragen aangifte is gedaan en te weinig loonheffing is betaald, legt de inspecteur de naheffingsaanslag op en brengt daarbij belastingrente in rekening. De ondernemer had de belastingrente kunnen voorkomen door juiste aangiften te doen. De lange duur door de coronamaatregelen is niet aan de ondernemer te wijten, maar ook niet aan de inspecteur. Bovendien gold in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 een verlaagd percentage belastingrente van 0,01%.