Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel dat dit regelt aangenomen. Als ook de Eerste Kamer instemt, kan het wetsvoorstel per 1 januari 2028 in werking treden.

Draaideurconstructies

Met de nieuwe wet wordt het uitgangspunt dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vast dienstverband krijgen en mogen zij niet meer na zes maanden opnieuw een tijdelijk contract krijgen.

Oproepcontracten

In plaats van de nulurencontracten komt er een bandbreedtecontract. Daarin wordt een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 130% is. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is. Oproepen die boven het maximum zitten, mogen door de werknemer geweigerd worden. Als er structureel meer wordt gewerkt, moet er een contract worden aangeboden met een hoger aantal uren.

Uitzendkrachten

Mensen die werken via een uitzendbureau moeten minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit volgde voor beloning al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie en wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden vastgelegd in de Nederlandse wet. Ook worden de fases van uitzendwerk, waarin je elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uren je kan werken, verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Op die manier zorgt het wetsvoorstel voor meer zekerheid voor uitzendkrachten.

Aanpassingen door de Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft enkele aanpassingen gemaakt. Zo mag er na drie tijdelijke contracten drie jaar lang geen tijdelijk contract meer worden afgesloten. In het eerdere wetsvoorstel was dit nog vijf jaar. Ook mogen AOW-gerechtigden straks nog wel op een oproepcontract werken. De wet kende deze uitzondering al voor jongeren, scholieren en studenten met bijbanen. En tot slot krijgt de minister de mogelijkheid om in te grijpen als er sprake is van structurele onderbetaling in de uitzendsector.

Bron:Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | wetsvoorstel | 11-05-2026